Deprecated: Function set_magic_quotes_runtime() is deprecated in /var/www/vhosts/kusterseducatie.nl/rickenmiek.nl/textpattern/lib/txplib_db.php on line 14
Into The Wild Wild West: Onrust

Onrust

okt 30, 06:33

De jaren 40 volgens Annemieke Kasteel in “De Staatkundige Ontwikkeling der Nederlandse Antillen: “Zoals dit overal elders het geval is, vonden ook in de Antillen genoeg mensen vele zaken waarover geklaagd of althans gemopperd kon worden. Er waren ressentimenten gegroeid sinds de vestiging van de oliemaatschappijen als een gevolg van de zich ook onder de oorlog voortzettende structurele veranderingen. Een steeds groter deel van de bevolking kwam in aanraking met materiele en culturele verhoudingen en tegenstellingen, waarvan zelfs het bestaan niet vermoed werd voor de persoonlijke ondervinding ze moest ondergaan.”

In 1943 stelde het blad van de regeringspersdienst een enquete in over na-oorlogse vraagstukken.

Mr. S.W. van der Meer schreef over de sociale onrust:

“Curacao zal na den oorlog niet meer of grooter problemen ondervinden dan er thans reeds zijn. De ervaring leert echter, dat in Curacao de problemen gewoonlijk pas worden bespeurd nadat zij acuut zijn geworden. Om een voorbeeld te noemen: niemand schijnt te bespeuren de felle sociale evolutie die er thans plaats heeft. Het staat niet in de krant en niemand erkent publiek dat in maanden de structuur der samenleving ingrijpender wordt veranderd, dan vroeger in tientallen jaren. Het kookt en bruist nu, nu.
Wie is er om leiding te geven?
Men ziet het niet of wil het niet zien, maar het kookt nu. Toekomstige problemen: waarom zooveel tijd verliezen met praten? “Delven wij, delven wij, daar waar wij staan.”

Een andere inzender, Emilio L. Henriquez pleitte voor een betere verhouding tussen werkgevers en werknemers en tussen de verschillende groepen van de bevolking:

… De manier waarop vele werknemers door hun werkgevers worden behandeld, is in vele opzichten krenkend, en als men ziet hoe de werkgevers telkens hun zaken uitbreiden en hun levensomstandigheden telkens verbeteren, en de werknemers jaren lang moeten werken zonder eenig vooruitzicht terwijl zij meehelpen aan het verrijken van anderen, dan moet men aannemen, dat de verhouding tusschen werkgever en werknemer ver van rechtvaardig is.
… De verhouding tusschen menschen van verschillende kleuren, financieele toestand, godsdiensten enz. moet ook verbeterd worden. De mensch moet gewaardeerd worden naar zijn innerlijke waarde en zij die in staat zijn hun weg in het leven te banen, moet niet daartoe verhinderd worden, wegens bijzondere omstandigheden die slechts ten grondslag hebben vooroordeelen, die in de vooruitgang der wereld belemmerend werken.
… Men moet aannemen dat in de laatste tijd veel is gedaan ter verbetring van de algemeene toestand van de bevolking… maar veel valt er nog te doen… Hoe…? Door een grondig onderzoek van diezelfde toestand, door menschen die daarvan op de hoogte zijn, en niet door ‘buitenstaanders’, die deskundigen mogen zijn op andere gebieden, maar die wegens hun eigen toestand, niet in staat zijn zich die van anderen te kunnen voorstellen.

Er was innerlijke onrust, maar er was geen politiek. Emans was in Aruba degene die mensen bijeenbracht om een discussie te beginnen over de maatschappelijke toestand van het eiland. Op Curacao begon de politieke activiteit met de oprichting van de Democratische Partij in december 1944. Deze partij werd de oppositiepartij van de Katholieke partij.

Het is erg interessant om te lezen hoe Annemieke Kasteel over deze gevoelssfeer aan het einde van de 2e Wereldoorlog schrijft:

“Sommige ressentimenten kwamen voort uit een wederzijds onbegrip van psychologische land- en volksaard van Antillianen en Nederlanders. De humoristische Antillianen schepten er ongetwijfeld veel genoegen in ‘Hollanders’ stilletjes uit te lachen om hun plechtige degelijkheid, hun liefde voor veel en correct werk, hun soms wat langzame en aan ‘principes’ verknochte geest. Maar deze vrolijkheid veranderde licht in andere gevoelens als ‘Hollanders’, bewust of onbewust, landskinderen te dikwijls benaderden op een superieure wijze. Voor werkelijke superiotiteit zijn Antillianen gevoelig, maar zij zijn te intelligent om het ware niet van het onechte te kunnen onderscheiden. Van nature beleefd en hoffelijk, ligt onderdanigheid absoluut niet in hun karakter; de Antilliaan welke kleur hij ook heeft en uit welk milieu hij ook komt, wenst voor niemand ‘te kruipen’. Dit heeft men bijvoorbeeld altijd zeer goed kunnen merken in de winkeldistricten van Curacao, waar personeel dat werd aangesproken op een wijze die maar zweemde naar gebrek aan beleefdheid, geen centimeter bougeerde om een klant te helpen, wie deze ook was. Aan ‘service’ gewende “Hollanders”, beseften dikwijls niet, dat een hoge toon op elke Antilliaan het meest denkbaar averechtse effect heeft. Dit werd door Europeanen soms als lichtgeraaktheid beschouwd, maar de oorzaken ervan kunnen gemakkelijk worden afgeleid uit sociale factoren, die een rol speelden in de Antilliaanse geschiedenis en uit de invloed van de Latijns-Amerikaanse mentalitieti, die een groot respect voor de menselijke waardigheid inhoudt. Op zakelijk niveau was een en ander echter dikwijls zo nadeling voor de eigenaren van Curacaose handelshuizen, dat zij, zelf Antilleanen, Nederlandsers of Oosterlingen als winkelpersoneel prefereerden. Nederlanders en ook wel in Nederland opgevoede Antillianen hadden op hun beurt dikwijls weinig geduld met de uitingen van het volkskarakter. Zij verweten daarom de eenvoudige burgers dat zij ‘lui’ of ‘onbeleefd’ waren of gebrek aan plichtsbesef en verantwoordelijkheidsgevoel hadden, terwijl klimaat en karakter vele Antillianen nu eenmaal zo gevormd hebben, dat zij zich niet zo gauw druk kunnen maken over dingen, die hun kleinigheden toeschijnen. Een beetje later op het werk, een extra dagje vrij, een vegerten opdracht – och, zulke zaken zijn niet iets, waar men in een Latijnse omgeving uitermate veel belang aan hecht. Een vriendelijk woord of een beroep op het hart zegt de Antilliaan meer dan een bevel of louter verstandelijk argument. Zo waren er altijd wel punten van frictie in de zo gemengde samenleving, maar deze waren nooit eerder uitgegroeid tot werkelijke gespannen verhoudingen tussen de verschillende groepen van de bevoliking. Zeker was er nooit op zo grote schaal een bewust verband gelegd tussen zulke fricties en de bestuursvorm.

REACTIES

Textile hulp

-