Deprecated: Function set_magic_quotes_runtime() is deprecated in /var/www/vhosts/kusterseducatie.nl/rickenmiek.nl/textpattern/lib/txplib_db.php on line 14
Into The Wild Wild West: Staatsrecht heel in het begin

Staatsrecht heel in het begin

okt 25, 05:56

Het bestuur van de Nederlandse Antillen was van 1865 tot 1937 gebaseerd op de wet van 31 mei 1865. In de Grondwet van 1848 stond (art. 59) dat de Staten – Generaal van Nederlands medezeggenschap had inzake het koloniale beleid. Deze wet heet een Regeringsreglement. Suriname had in de periode 1682 – 1815 een medewetgevend lichaam en kreeg dit vanaf deze wet in 1865 weer. Dit lichaam werd voor een deel gekozen door de bevolking. De Antillen niet. De Antillen hadden een “Koloniale Raad” en behielden deze na 1865, maar nu had hij meer parlementaire bevoegdheden. Deze Raad werd niet gekozen, maar benoemd, in die tijd waren er slechts enkelingen op Curacao die voorstanders waren van een kieswet.

Op 23 mei 1893 zonden 236 ingezetenen van Curacao een adres aan de Staten Generaal met het verzoek nogmaals te overwegen of de kolonie geen kiesrecht kon worden toegekend, doch de Nederlandse Regering verklaarde naar aanleiding hiervan en ook later het probleem in studie te hebben, maar er geen oplossing voor te zien.

Deze Koloniale Raad behartigde voornamelijk de belangen van het eiland Curacao. De andere eilanden stelden weinig belang in het centrale bestuur of de daden van de Koloniale Raad, die hen zelden beroerden. Aruba en Bonaire hadden vrij geregeld speciale vertegenwoordigers in de Raad, zoals J.J. Beaujon en B.E. van de Veen Zepppenfeldt, die op Curacao waren gevestigd. Leden van de Raad kwamen per jaar ongeveer 15 keer bij elkaar.

De andere eilanden kregen elk een Raad van Politie, die bestond uit een Gezaghebber, of een onder-Gezaghebber en twee door de mannelijke ingezetenen volgens een beperkt kiesrecht telkens voor vier jaar gekozen Landraden.

Die “landraden” kwamen maar zelden bijeen, beslissingen werden door de Gezaghebber genomen, in de volksmond werden de landraden “Jabazen” genoemd.

De Bovenwindse eilanden voelden zich wel vergeten en verwaarloosd. Voor de vestiging van de olie – industrie op Aruba werd door sommigen afscheiding van de Benedenwindse eilanden gewenst, al kwam men nooit tot concrete plannen over een nieuwe status. Hierover is te lezen in De Gaay Fortman “Schets van de politieke ontwikkeling der Nederlandse Antillen in de 20e eeuw”, 1947 en “Terugblik op de Bovenwindse Eilanden” van W.F.M. Lampe.

Na deze afscheidingsbeweging vanuit St. Maarten, veranderde er iets. St. Maarten kreeg na 1920 een Gezaghebber en Saba en St. Eustatius ieder een “onder Gezaghebber” ofwel administrateur. Het was nu de Goeverneur die de Gezaghebber benoemde, niet meer de Koning.

Pas in 1937 kwam in Curacao een nieuw vertegenwoordigend lichaam, de Staten. Tien leden daarvan werden gekozen, vijf werden na raadpleging met de Raad van Bestuur benoemd door de Goeverneur. Een beperkt census- en capaciteitskiesrecht werd ingevoerd.

Bij die eerste Statenverkiezingen waren er 553 mannen op Aruba kiesgerechtigd (van de 11.097 mannelijke inwoners) , 31 van de 2.619 op Bonaire, 140 van de 2.093 op de Bovenwindse eilanden en 1659 van de 28.064 op Curacao.

Alleen op Curacao en Aruba ontstonden er politieke partijen, op de andere eilanden stelden particulieren zich verkiesbaar. Bonaire had bij deze eerste statenverkiezing maar een kandidaat, zodat er van verkiezingen geen sprake was, de Bovenwinden hadden er twee. De eerste Curacaosche partij in augustus 1935 opgericht, was de Liberale Volkspartij, maar die nam evenals de een jaar later opgerichte Curacaosche liberale Partij geen deel aan de verkiezingen. De partij die wel meedeed was in januari 1936 gesticht; de Katholieke Partij. De andere partij die meedeed was de Curacaosche Politieke Unie, in Juli 1937 opgericht en bij de verkiezingen in twee stromingen opgesplitst, een jong- Curacao -stroming en een gematigde stroming. Op Aruba werd ook “de Katholieke partij” opgericht en de enige Arubaanse politicus die bewust getracht had aanhangers te winnen, was Dhr. Eman die een individuele kandidaat was.

Eman is erg belangrijk geweest in het denken over autonomie voor Aruba.

Bij de tweede Statenverkiezing in 1941 hadden Bonaire en de Bovenwinden wederom maar een kandidaat, zodat daar geen verkiezingen gehouden werden.

Ik schrijf nu niet over de invloed die de oorlog op het denken over de staatkundige verhouding van de Antillen met Nederland had, behalve dat Nederland internationaal onder druk kwam te staan om die verhouding te veranderen.

In december 1944 werd Curacao verrast met de aankondiging dat een nieuwe politieke groepering was georganiseerd: de Democratische Partij. Deze ging de strijd aan met de Katholieke Partij.

Vanaf hier zou ik zeggen begint de politiek op Curacao.

REACTIES

Textile hulp

-