Deprecated: Function set_magic_quotes_runtime() is deprecated in /var/www/vhosts/kusterseducatie.nl/rickenmiek.nl/textpattern/lib/txplib_db.php on line 14
Into The Wild Wild West: "Enkele gegevens van sociale en economische aard"

"Enkele gegevens van sociale en economische aard"

okt 24, 12:25

Uit het boek van Annemieke Kasteel: De Staatkundige ontwikkeling der Nederlandse Antillen (1956)

De Nederlandse Antillen hadden in 1865 ongeveer 33.000 inwoners; in 1930 meer dan 76.000 en in 1940 bijna 108.000.
Verrweg de meeste inwoners telde het eiland Curacao, waarvan de bevolking talrijker was dan die van de vijf andere eilanden tezamen. Dank zij de goede, natuurlijke haven was Curacao het economische centrum van de Antillen, waar zich ook de zetel van het gouvernment bevond en waar jarenlang en vrij uitgebreid garnizoen gelegerd was. De blanke bewoners op dit eiland, vooral in Willemstad en omgeving, waren daarom talrijker dan op de andere eilanden. Onder hen waren Europese Nederlanders, gouvernementsambtenaren en anderen, die slechts tijdelijk in de West vertoefden, maar de meerdherheid was in de Antillen geboren en vele families woonden er reeds sinds de zeventiende eeuw.

Rond 1865 (en dat is heel lang zo gebleven, tot in de jaren 50 van de vorige eeuw) kunnen onder de blanke Curacaoenaars drie groepen worden onderscheiden. De talrijkste was die der afstammelingen van dienaren der Westindische Compaginie, der 19e eeuwse ambtenaren en van leden van het garnizoen, bijna zonder uitzondering van protestante origine en van Noord-West-Europese afkomst.
De tweede was die der Sefardische Israelieten, afstammelingen van hen die van het Iberische schiereiland verdreven, naar het vrije Amsterdam en vandaar naar de Nieuwe Wereld waren getrokken.
De derde groep, door historische omstandigheden klein in aantal, was katholiek.

Het grootste deel van de bevolking was van Afrikaanse afkomst. Toen op 1 juli 1863 de afschaffing van de slavernij in de Atnillen werd afgekondigd, werden meer dan 10.000 mensen geemancipeerd. Als eerder was een talrijke groep gekleurde vrijen ontstaan, met name door manumissies. De meerderheid der niet-blanken was katholiek gedoopt.

De afschaffing der slavernij ging zonder schokken in de Antillen, waar de economie slecht zeer ten dele op slavenarbeid was gebaseerd. De bestaansmogelijkheiden waren minimaal, zelfs op Curacao , waar de handel kwijnde en er ook onder de blanken slechts weinigen waren die in welstand konden leven. Dit blijkt wel duidelijk uit het kleine voor de in 1884 opgerichte Kamer van Koophandel aantal kiesgerechtigen, dat tussen 1885 en 1894 tussen 106 en 127 lag bij een census-vereiste van een jaarlijke patentbelasting op invoer van f 150 of f 75 aan grondbelasting. De helft van deze kiesgerechtigeden waren Israelieten.

Na de eerste wereldoorlog veranderde de petroleum industrie het levenspatroon van de gehele bevolking op Curacao en Aruba, waar immigratie uit vele gebieden het aantal inwoners met sprongen deed stijgen en de gemeenschap een nog veel meer pluriform karakter ging vertonen dan voorheen.

De hoge lonen, die bij de olie konden worden verdiend, trokken behalve vreemde wekkrachten ook vele Bovenwinders, Bonairianen en Surinamers aan. Sommigen vestigden zich permanent op Curacao of Aruba; anderen kwamen slechts tijdelijk. Gewoonlijk hielden zij weinig intensief contact met de oorspronkelijke bevolking of met elkaar, maar vormden afzonderlijke gemeenschapjes, waar geografische herkomst het bindende element bleek.

Niet alle nieuwe inwoners waren echter met de olie verbonden. Op Curacao en Aruba bleken steeds meer beroepen en functies te zijn, die niet door de aanwezige gegadigde of gekwalificeerde krachten konden worden vervuld. Uit europees Nederland en uit Suriname kwamen daarom ambtenaren, onderwijzers, geneeskundigen, juristen en andere deskundigen op verschillend gebied. Vreemdelingen, zowel uit Europa als het Midden- en Verre Oosten, zagen mogelijkheden in het zakenleven, vooral in de kleinhandel. Gewoonlijk verkregen zij de Nederlandse nationaliteit.

De aanwezigheid van steeds meer Europese Nederlanders, vooral in de omgeving van Willemstad, verscherpte al spoedig oude tegenstelligen en deed nieuwe spanningen ontstaan tussen de verschillende bevolkingsgroepen. De Nederlanders die vroeger naar de Antillen kwamen, waren gewoonljk hogere ambtenaren, rechters, priesters en predikanten, die gemakkelijk werden opgenomen in de kring der vooraanstaande blanke Antillianen wier denkbeelden en levensbeschouwing, ook ten opzichte van de rest van de bevolking, zij niet zelden binnen korte tijd tot de hunne maakten. Vooral de priesters en religieuzen kwamen in meer dan zakelijke aanraking met de brede lagen der bevolking, waarover zij zich dus een eigen mening konden vormen en wier vertrouwen en aanhankelijkheid zij wisten te winnen.

Met de olie, kwam er een nieuw soort Europese Nederlanders naar Curacao en Aruba; de “macambas cachicambitie”. De “hoge macambas” ergerden zich aan het steeds meer voorkomende type van “middle class people who come to the colonies to lead upper-class lives”.

De kleurlingen, onder wie er steeds meer waren die hun economische en sociale positie wisten te verbeteren, voelden de gevolgen van de sociale structuurveranderingen wellicht het diepst.

De protestante historicus Hamelberg schrijft daar in 1901 over: “De twee rassen staan scherp tegenover elkaar, en emancipatie noch gelijkstelling als leden eener zelfde maatschappij hebben er iets toe bijgebracht, de klove, die hen scheidt, te verkleinen. De blanke ziet in den neger nog steeds zijn voormaligen slaaf; de laatste in den blanke nog steeds zijn vorigen tyrannieken meester, al erkent hij tezelfder tijd diens intellectueele en moreele meerderheid. Den kleurling echter veracht hij. In hem ziet hij een individu, door banden des bloeds aan zijn eigen ras verbonden, dat zich als zijn meester wil gedragen, zonder dat eenig overwicht hem daartoe in zijne oogen het recht geeft. Hij gelooft zeer zeker, dat er van den blanke beter, rechtvaardiger en vriendelijker behandling te verwachten is dan van den kleurling….”

Afrikaanse afkomst, zelfs al was die maar gedeeltijk, werd dus niet alleen door de blanken maar ook door de gekleurden als iets minderwaardigs beschouwd: reeds in 1859 schreef Trollope dat onder de laatsten zelf “het woord ‘neger’ de zwaarste belediging” was.

Niets wijst erop, dat onder de Antillianen deze gevoelens van ras en stand verdwenen, toen de industrie zoveel vreemdelingen naar hun eilanden bracht. Hieruit vloeiden weer dikwijls gevoelens van – meestal onderdrukte – agressiviteit voort, die een onzekere psychologische instelling moest verbergen.

REACTIES

Textile hulp

-