Deprecated: Function set_magic_quotes_runtime() is deprecated in /var/www/vhosts/kusterseducatie.nl/rickenmiek.nl/textpattern/lib/txplib_db.php on line 14
Into The Wild Wild West: door Rick

Rick schrijft

okt 18, 11:31

Het is weer es tijd om in de pen te klimmen. Ik ben donderdagavond naar St Maarten gegaan om een auto te kopen. Auto’s zijn hier goedkoper dan in Nederland dus ik dacht: “Ik koop er hier een en dan neem ik die mee naar Nederland!”. Enfin, dus ik in m’n eentje naar Sint Maarten. Toch maar weer in het Fantastic Guesthouse gelogeerd. Dat ligt in het Franse gedeelte van Sint Maarten. Dat Franse gedeelte is veel charmanter dan het Nederlandse gedeelte. Vooral ‘s ochtends is het er prettig toeven. Croissants, alle maten en soorten stokbrood, verse jus d’orange. Smaakvol geklede dames. De euro. Ook aanstellerige mannen in een ‘zeilboot-outfit’. Mannen die elkaar op de mond zoenen en met bestudeerde nonchalance een sigaretje, dat niet langer brandt, tussen de smalle lippen geklemd houden. Kortom, erg Frans allemaal.

Maar goed, ik was dus op zoek naar een auto. Ik mag namelijk een auto naar Nederland importeren. Vanwege m’n werk mag ik 10m3 meenemen en ik mag, als ik langer dan een half jaar een auto bezit, deze invoeren in Nederland. En dan komen de moeilijke vragen: een auto om zelf in te rijden of een auto om meteen te verkopen. Ik neigde naar dat laatste. De dollartekens, of liever gezegd: de eurotekens stonden al in mijn ogen. Dus ik dacht aan een Jeep Wrangler of een flinke SUV. Het plan was om een auto te huren en alle dealers en autoverhuur bedrijven af te rijden. Maar zonder creditcard komt men niet ver in de moderne wereld en ik heb geen creditcard. Dus dat werd lopen.

Ik moet zeggen dat ik Sint Maarten een erg aantrekkelijk vakantie eiland vind. Zeker als ik met vrouw en kinderen aan het witte strand lig. Maar in de intense hitte autodealers aflopen, is iets minder leuk. Zeker voor iemand die van nature al erg aan twijfel onderhevig is. Al gauw kwamen de problemen: de auto’s die in de Caribische wereld worden verkocht, voldoen niet aan de Europese specificaties. Ze hebben allemaal een automaat. Het bestellen van een handgeschakelde versie duurt 4 maanden. En dan weer lopen in de hitte, in een dollar taxi. Volgende dealer. Dan ook nog naar Cost U Less om een “oplaaszwembad” voor de tuin te halen. “Dat kan je gewoon onder je arm meenemen in het vliegtuig”, sprak Miek vrolijk, “iedereen heeft er een!”. De mevrouw in de winkel zei dat het zwembad 75 kilo woog en dat als er ook maar 1 steentje op de ondergrond zou liggen: einde zwembad.

“ Waar ga je het water vandaan halen?”, vroeg ze me terwijl ze me argwanend opnam.

“Uit de cisterne”, bracht ik weifelend te berde.

“Ha, uit z’n cisterne”, klonk het spottend. “Dan kan je beter direct de watertruck
bestellen”.

“Maar es Miek bellen”, mompelde ik tegen mezelf. “Ja, Miek… ik doe het niet. Ik neem geen zwembad van 75 kilo mee onder m’n arm”. Grote teleurstelling aan de andere kant van de lijn.

Enfin, de hitte maar weer tegemoet. Ik realiseerde me dat ik onder deze omstandigheden Sint Maarten een stuk minder aantrekkelijk vond. Voor het eerst viel het me op dat het erg stonk en dat ik allemaal vervallen huizen om me heen zag. Ook werd ik af en toe aangestaard. Ik begon erg te verlangen naar Statia.

REAGEER [4]

Omar

okt 15, 09:22

Het is het orkaanseizoen en inderdaad… vanacht zal Statia door een orkaan getroffen worden. Scholen en kantoren zijn dicht. Ik ben net op de scooter naar de Chinese supermarkt gereden om batterijen, crackers en kaarsen in te slaan, want de stroom zal het zeker begeven.
Omar, zo heet de orkaan, raast nu ergens tussen de Benedenwindse eilanden en de Bovenwindse eilanden en neemt met het uur in kracht toe. Hij zal vanaf de Caribische kant het eiland raken en wij zitten, gelukkig, aan de Atlantische kant. Maar we zitten wel vlakbij de kust en we zitten op zeespiegelniveau. Laag dus. De zee zal onheilspellend zwart worden en geweldig te keer gaan, maar hopelijk niet onze kant opkomen. Het is best eng. Achter ons hoge rotspartijen en ik maak me zorgen over eventueel naar beneden rollende stenen. Die zijn soms 5 a 10 ton in gewicht. We twijfelen nu of we in ons huis blijven of dat we gaan schuilen in ons miniscule, naargeestige en uiterst vochtige keldertje.
Op de radio volgen we het verloop van de orkaan. Tussen de berichten door word je getrakteerd op zoetsappige, religieuze muziek. Het is nu heel rustig, druilerig weer. We hebben Jack en Lot uitgelegd wat er staat te gebeuren. Ze vinden dat natuurlijk niet eng, maar leuk. De honden zijn daarentegen uiterst gespannen en willen binnen bij ons zijn. Ze voelen feilloos aan wat er gaat komen. Internet deed het al niet, nu even wel, dus maar meteen op de site gaan schrijven. De site waarop ik in geen maanden geschreven heb. Het is helemaal Annemiek’s baby geworden. Ik word behoorlijk opgeslokt door het werk en Annemiek is mij altijd voor met berichten en nieuwtjes. Prima vind ik dat.
Je kunt het verloop van de orkaan overigens volgen op klik hier
We dachten dat we weken van te voren zouden weten of er een orkaan in aantocht is. Niets is minder waar. Gisteravond laat hoorden we voor het eerst van Omar’s bestaan en vanavond komt de rakker ons al bezoeken. Ik vermoed dat er een paar dagen geen stroom en dus zeker geen contact met de buitenwereld zal zijn. Zodra het mogelijk is zullen we wat van ons laten horen.

REAGEER [3]

sep 10, 09:22


Een gezellig avondje thuis met Miek

REAGEER [2]

De Christelijke Waarden

aug 19, 09:56

Lees en blijf op de hoogte van wat Rick bezighoudt. Hij heeft al een uur orerend door de kamer geijsbeerd…

REAGEER [1]

mei 13, 11:05

Ik zit onze site zo es te bekijken en dan denk ik: “Dat heeft Miek maar weer knap gedaan over onze nieuwe huis en de kippen en de hond” Zij schrijft er op los, geen onderwerp is te gek en een en ander wordt gefotografeerd en dergelijke en ik schrijf bijna niks. Dat komt dan omdat ik moe ben van m’n werk en ook gewoon lui.
Maar ik ben ook wel nerveus en af en toe: ineens kwaad. Dat was ik in Nederland ook. Maar dan vaker. Hier ben ik dat toch een stuk minder. Ik hoef me niet zo af te reageren.
Ik ben op dit eiland meer ontspannen. “Relaxed”, zou ik haast durven zeggen, alhoewel bepaalde mensen nu door mijn hoofd schieten. Cas. Nicky. Eelco. Maar ook mijn moeder.
“Rilekst, Rick?”
Ik sta dan op de veranda en staar uit over de zee. De Atlantische oceaan. Het is nacht en ik vraag me af: “Waarom? Waarom voel ik me hier zo relaxed?”.

REAGEER [2]

Spanish Stroll

jan 26, 05:25

Sommige lezers kunnen zich de onvergetelijke Willy Deville van Mink Deville nog wel herinneren. Broodmager, met zo’n crackstonede oogopslag, superdun snorretje en outfits van zwart met wijnrood fluweel overhemd of zwart met diep paars fluweel overhemd. Het was 1977 toen hij met Spanish Stroll kwam.
“Hey Mr. Jim, I can see the shape you’re in”. Op de achtergrond stonden een paar lellebellen: Oeoeoe,oeoeahh!
En dan beet Willy weer een zinnetje. Meer parlando dan zingen. Ik vond het erg cool. Dan was er plotseling de brug: Eh Rosita, Rosita! en hup, daar ging het weer: Oeoeoe…
Het is zo’n plaatje dat ik graag nog es op zou willen zetten nu ik op dit kleine eilandje, ver weg van huis zit.
Heb ik het eigenlijk ooit in m’n bezit gehad?
Es kijken, we hadden vroeger een kleine verzameling platen in huis voordat Bart en ik elk onze eigen platenverzameling opbouwden. Deze bestond uit, als ik me goed herinner:
-The White Album van The Beatles
-Een dubbelelpee van The Beach Boys
-Een lp van Greg and Duane Allman (niet van ‘The Allman Brothers’)
-lp van Santa Esmeralda (don’t let me be misunderstood)
-Een lp van Jefferson Aeroplane
-Let yer yaya’s out van The Rolling Stones
Daar begon het mee. Het stenen tijdperk. Hoe die platen precies ons huis binnengekomen waren, weet ik niet meer. We hadden ze al toen we tussen 1972 en 1976 in Amerika woonden. Ik vond algauw dat ik veel meer kijk had op wat ‘goede muziek’ was dan Bart. Ik kocht mijn eigen plaatjes zoals ‘Stand by me’ van John Lennon en ‘Killer Queen’ van Queen. ‘Songs in the Key of Life’ van Stevie Wonder. Gekocht in de V&D.
Ik herinner me een keer dat ik thuis kwam van school en de eerste lp van ACDC zag liggen. Kennelijk had Bart die gekocht of geleend en hij was niet thuis dus ik zette ‘m op. Jezus Christus wat was dat lekker! ‘‘Whole lotta Rosey”. Strak, hard, zonder te vervormen. Geweldig. Niks tegen Bart zeggen, natuurlijk. Zo was het wel toen.
Een heleboel muziek heb ik pas na de middelbare school ontdekt. Zoals Doors en Led Zeppelin. Soms waren er nummers waarvan ik maar niet te weten kon komen van wie het was of hoe het nummer heette. Dat is bijvoorbeeld jarenlang het geval geweest met het nummer ‘Allright Now’.
Tá..tadáda…tadatadatadatatata.
“There she stood in the street”….
Dat was alles wat ik wist en met die kennis gewapend ging ik naar de platenzaak en dan voorzingen: Hebben jullie die plaat die begint met: ta..tadata?
Onbegrijpende blikken.
“Van wie?”
“Dat weet ik niet”.
“Nee, sorry, die kennen we niet”.
Ongelukkig droop ik dan af.
Het geluk toen ik eindelijk wist dat het ging om Allright Now van Free was groot. Op naar Plato en afrekenen die plaat. Zo snel als m’n korte beentjes me konden dragen naar huis (toch alweer de 20 gepasseerd!). ‘Fire and Water’, heette die plaat. Fris uit de hoes trekken. Naald erop. Gekraak en dan het lekkere stacato gebrul van Paul Kossoff’s gitaarrif. Even later de koebel en daar…de onnavolgbare Paul Rodgers. Kouwe rillingen. Pure extase.
Moments of bliss.

REAGEER

levenskunstenaar

dec 30, 04:10

Wat maakt iemand een echte levenskunstenaar? Bij dit soort begrippen is het altijd makkelijker te bepalen wat voor figuur in ieder geval niet in aanmerking komt voor het predicaat. Mensen die niet in het hier en nu leven komen in ieder geval niet in aanmerking. Bijvoorbeeld iemand die 45 is en dagelijks treurt dat ie geen 25 meer is. (Ok, ik treur daar wel eens om, maar niet vaak).
Wat is belangrijk? Om letterlijk en figuurlijk in beweging te blijven. Je zelf te blijven ontwikkelen. Daarvoor heb je zelfdiscipline nodig. Een levenskunstenaar is als een goede, gedisciplineerde cocktailmixer: een beetje van dit en een beetje van dat. Hij feest wat, maar verlaat het feest op het hoogtepunt. Hij werkt wat, maar niet te lang. Hij reist wat, maar keert terug naar z’n gezin.

Heeft liefst een eigen studeerkamer in z’n huis. Daar wat uitgelezen cognacs, wellicht iets te roken.
Ook is ie natuurlijk gepassioneerd, onze levenskunstenaar. Als hij iets doet, dan is het met overgave. Altijd met overgave. En natuurlijk, ik zou het bijna vergeten, hij weet wat het is om te genieten! Kan dat bewust. Reflecteert daarover. Geniet van (kleine) overwinningen. Hij is een goed observator. ‘‘Ach, wat een bijzondere zonsondergang”. Een liefhebber van de natuur, met oog voor detail. Niets ontgaat hem. Ook niet de plotselinge blos op de wang van een aantrekkelijke dame…

Ik heb gelukkig veel vrienden, die in meerdere of mindere mate levenskunstenaars zijn. Ik vind het een kwaliteit die even onmisbaar is als gevoel voor humor.
Ik wil wel een paar echte levenskunstenaars noemen: Ernest Hemmingway. Cas Weijenberg. Carolien Vader. Roland Verbiest. Hoewel ik het gevoel heb dat die z’n kunst een beetje moet hervinden. Harry Verwayen. Puccini. Nico van Putten. Mijn ouders, mijn broer Bart. Julius Caesar. Mijn zus Nicky. Mijn schoonvader.
Dat is een kerel die veel pret aan de kleine dingen des levens kan beleven. Een haring, een jenever, een informatief kerkbezoekje, jazzplaatje, dobbelstenen in een bekertje, een jenever, de herhaling van een beproefd grapje.
Hier op het eiland is het soms makkelijk om de schone kunst van het levensgenieten te beoefenen en soms wat minder makkelijk. Miek, Bas en Lot slagen daar eigenlijk meestal wonderwel in. En ik?
Vanochtend bijvoorbeeld stapte ik op de scooter. Ik reed naar de Chinees voor boodschappen, praatje met wat locals. Daarna naar huis, Gunsmoke en Leave it to Beaver op TV gekeken en dan… ja, wat dan? Het is vakantie en dan weet ik het soms niet op dit eiland. Stephane Laureau belde. Gelukkig. Hij had genoten van een potje voetbal. Wat minder van de koers van z’n aandelen. Levenskunstenaar? Jawel.
En dan heb ik nog een zwager. Ik noem hem een stille genieter.
En een schoonzus, die is wat luidruchtiger.
Ik groet jullie allemaal vanuit het verre St Eustatius. Ook die levensgenieters die ik vergeten ben te noemen en die me zoeven te binnenschieten, zoals mijn goede vriend Eelco van Solkema, mijn makker Wim Akkermans, mijn vriendin Florien. Moos. Bert en Louise. Wouter Pleijsier en zijn vrouw Anna. Bas K. Alex K. en Peter v. T.
Prettige dagen en een levensgenieter speelt natuurlijk niet met vuurwerk.

REAGEER [1]

Zaterdagochtend

dec 15, 10:09

Het is zaterdagochtend. 10.00. Achter me kakelen Lucy Ball en Ricky Ricardo tegen elkaar op de tv. Miek en de kids zijn gaan zwemmen. Zij vraagt me dan altijd om mee te gaan, maar meestal sla ik dat af. Huidproblematiek + de behoefte om even alleen thuis te zijn en slappe Amerikaanse comedies te kijken, winnen het van het ‘pappagevoel’. Miek wil daar dan wel iets voor terug zien. Vandaag was dat de spinnenwebben met een bezem van het schuine dak afhalen. Ons huis heeft geen verdiepingen, maar gewoon een houten dak in de kamers, zoals dat in Nederlandse huizen op zolder het geval is. Dus ik op een stoel met een bezem en dan vallen die spinnen naar beneden en de spinnenwebben op m’n gezicht. Niet leuk. Misschien was het toch beter mee te gaan.
Tja. Waarom kijk ik naar die stokoude sitcoms? ‘Leave it to Beaver’. ‘Gunsmoke’. ‘The Brady Bunch’. ‘Sanford and Son’. ‘Gunsmoke’. ‘All in the family’. Ik bekijk ze allemaal. Vooral op zaterdag. De reclames, tussen deze klassiekers, gaan allemaal over levensverzekeringen, remedies tegen incontenentie en verzekeringen tegen de hoge kosten van een begrafenis. Dan zet ik altijd even het geluid uit.
‘Leave it to Beaver’ is de zoete versie van ‘Dennis the menace’.
“Why Beaver, that’s just the behaviour we expect from a young boy. We want you to comply graciously with our demands, you understand son?”. Het is leuker om er naar te kijken als ik alleen ben, want als Annemiek er is kijkt ze me vanuit de open keuken met gefronsde wenkbrauwen aan.
“Zit je weer naar Beaver te kijken?” Inderdaad. Ik weet het niet precies, ik word er rustig van. Moest vandaag ineens denken aan een middag in Amerika. Bart en ik zaten nog op de lagere school. Na school klom ik over het hek van onze achtertuin in de achtertuin van buren. Die hadden ook een kind op de school waar wij naar toe gingen. Rollingwood Elementary School. We kregen limomade in de keuken van ‘the maid’. Een prachtig, groot huis; alles blinkend schoon. We speelden nog wat, weet niet meer of Bart er ook bij was, en op een gegeven moment kwam de vader des huizes thuis. Een lange man in een grijs pak met een hoed op. De beste man was in een goed humeur, trok z’n jasje uit, sprak mij aan met: “Well, heck how our you, son?” en ging toen, zonder het antwoord af te wachten achter de piano zitten. “Cheepers, kreepers, where did you get those beepers”, klonk het. “Cheepers, kreepers, where did you get those eyes!”.
Ik denk dat die series me doen denken aan die tijd.

REAGEER

Jerry Lewis

dec 10, 08:20

Vanmiddag kwam ik thuis van werk en Miek zat naar The Nutty Professor van Jerry Lewis te kijken. Film uit 1963. Ik meteen meekijken. Wat is ‘ie toch goed. Als hij de, weliswaar zeer gedateerde, Buddy Love speelt. Niet na te vertellen goed. Op 1 lijn met Peter Sellers. Tijdens het kijken, bedenk ik me: “niet vergeten Lewis op te zoeken op Wikipedia!” En daar vind ik dat ie jaren een duo vormde met Dean Martin. Meer dan 25 films samen gemaakt. Schat-hemeltje-rijk geworden, maar Martin had er na een tijd geen zin meer in, want alle critici schreven dat het eigenlijk om Lewis ging (rechts).

Nadat het duo opgebroken was, is Martin veel succesvoller geworden dan Lewis. De dagen van the Rat Pack met Sinatra en Sammy Davis Jr waren aangebroken. Las Vegas was the place to be! Davis de zwarte, homofiele jood. Zie je het kleine mannetje voor je met pijpekrullen! Maar mateloos populair en als een casino moeilijk deed over z’n huidskleur of geloof, weigerden Martin en Sinatra daar verder op te treden. Natuurlijk heeft Dean Martin daarna ook nog een geweldige zangcariere gehad en niet vergeten The Dean Martin Show. Hij is in ’95 gestorven.
Es even kijken. Frank Sinatra. Was ooit getrouwd met o.a. Ava Gardner en Mia Farrow. Heeft wat gehad met Marilyn Monroe en Lauren Bacall. Ben zelf niet zo’n grote fan van ‘Ol’ blue eyes’.
Wat was nou zijn beste nummer? Toch ‘My Way’. Z’n lijflied. Een nummer voor hem geschreven door Paul Anka in 1969. Anka was in ’67 in Frankrijk en hoorde toen het nummer ‘Comme d’habitude’. Hij vond het eigenlijk een shitnummer, maar zag wel mogelijkheden om het aan te passen voor Sinatra. Toen ie, twee jaar later, in Florida met Sinatra en een paar Mafioso’s zat te eten, kondigde Sinatra aan dat hij op wilde houden: I’m quitting the business, I’m sick of it, I’m getting the hell out”.
Terug in New York bedacht Anka dat ie Sinatra’s carriere een ‘boost’ zou geven en herschreef het Franse nummer speciaal voor Sinatra met nieuwe tekst en een subtiele verandering van de melodische structuur. “If Frank were reading this, what would he say?”.
‘And now the end is near’. Anka las veel tijdschriften en merkte dat het allemaal ging om ‘my this’ and ‘my that’. Hij gebruikte woorden die hij normaal nooit zou gebruiken bij het schrijven van de tekst, zoals: ‘I ate it up and spit it out’. Woorden en zinnen die Sinatra wel zouden liggen. Want hij was een tijd opgetrokken met the Rat Pack en die vonden het leuk om een beetje Mob-achtige taal uit te slaan, “eventhough they would have been scared of their own shadows”, aldus Anka.
In 1969 kwam Sinatra met het nummer. En dan te bedenken dat ‘My Way’ eerst helemaal niet zo’n grote hit was. Maar sommige nummers groeien met de jaren. Misschien omdat naast meer dan 100 artiesten ook Elvis zich aan het nummer gewaagd heeft. Vlak voor z’n dood nog wel. Elvis ziet er dan ook niet meer zo geweldig uit als ie het beroemde lied zingt.
“To think I did all that and might I add not in a shy way”. Met een beetje blauw, zweterig en opgezwollen gezicht. 3 weken later ligt ‘ie in een grote witte Caddilac. Het is niet voor z’n bruiloft.
Terug naar Jerry Lewis. De oude baas leeft nog steeds. Wel heeft ie minstens net zo’n dik gezicht gekregen als Elvis in z’n slechtste dagen.
Hier is een plaatje van de oude maestro.

Toch vind ik hem de leukste.

REAGEER

Cruyff op Statia

nov 26, 03:58

Cruyff was op Satia om een nieuw voetbalveld te openen. Maar hij wou met mij praten. Ik heb hier een leuk gesprek met Cruyff, maar hij wil perse Lotjes shirt signeren. Goed. Goed.

meer foto’s op: picasaweb.google.nl/rickenmiek/JohanCruyffopStatia

REAGEER [1]

Emile Zola

nov 23, 02:56

Ik wil een lans breken voor Zola.
Een schrijver om van te houden. Dat zeg ik niet alleen omdat ie met z’n “J’accuse” Dreyfuss gered heeft, maar ook omdat ie een groot schrijver is. Laat ik eerst wat over ‘m vertellen.
Zola (1840-1892) is geboren in Parijs, zoon van een Italiaanse ingenieur met een Frans paspoort. Z’n vader stierf jong, moeder achterlatend met een mager pensioen.
Daardoor moest Zola al vroeg zelf zorgen voor inkomen en dat deed ie door stukjes te schrijven voor regionale bladen. Inmiddels was hij bevriend geraakt met de kunstschilder Paul Cezanne en rond deze tijd rijpte in hem het plan om fulltime schrijver te worden. Hij schreef toen nog in de romantische stijl. Dit is de tijd van keizer Napoleon III, een tijd van corruptie en nepotisme waaraan de arme Zola een steeds groter wordende hekel kreeg.
Zola’s journalistieke inslag heeft hem nooit verlaten – z’n romantische stijl wel- en, nadat ie z’n eerste roman publiceert ( Therese Raquin), rijpt in hem het plan een grootschalige cyclus te schrijven over de misstanden tijdens het Tweede Keizerrijk. Dit wordt de zgn ‘Rougon-Macquart-cyclus’. Een twintigtal romans met als ondertitel: “Histoire naturelle et sociale d’une famille sous le Second Empire”. Een paar beroemde titels uit die serie zijn: Le Germinal (1885), La Bete Humaine (1890), Le Debacle (1892).
Het zijn romans om in te bijten. Stevig, avontuurlijk, met scherpgetekende portretten. Het zijn hoogtepunten uit de naturalistische school.
De Rougons, zijn de succesvolle tak van de familie. Ze zijn vaak hard, gewetenloos, nooit aan de drank. De andere tak, De Macquarts zijn goedig, maar onbeheerst, drankzuchtig en soms moorddadig. Zola geloofde dat deze eigenschappen erfelijk bepaald waren. Deze erfelijke zonde is een hoofdthema bij Zola. Telgen van beide takken blijven voorkomen door de hele cyclus heen. Maar het is niet nodig om de romans in volgorde te lezen. Elke roman staat op zich en behandelt een ander aspect van het leven tijdens het Tweede Keizerrijk.
Zola had een obsessie met techniek en wetenschap. Fetisjistische belangstelling voor grote machines als locomotieven (schitterend beschreven in La Bete Humaine) bracht hem ertoe een jaar mee te gaan met een machinist op een grote exprestrein.
Zola streefde naar realisme (naturalisme). Z’n taal is vaak ruw en profaan, de sex expliciet. Dit leverde hem nogal wat problemen op. Men ervoer het in zijn tijd als schokkerend. Hij schiep er genoegen in om met klinische precisie sterfgevallen te omschrijven. Legendarisch is zijn zeer plastische beschrijving van een treinongeluk aan het einde van La Bete Humaine. Droog, afstandelijk, maar het grijpt je bij de keel. Hoe misdadig z’n personages soms ook zijn (vooral wanneer ze de achternaam ‘Maquart’ dragen), er blijft altijd iets menselijks, iets invoelbaars waardoor je je als lezer blijft interesseren voor de gepresenteerde galerij van antihelden.
Zola is misschien het best te vergelijken met een schrijver als Tolstoj of Faulkner: schrijvers van het alwetende soort, van de epische vertelling (in tegenstelling tot de wat meer toneelmatige zoals bijvoorbeeld Dostojevski), waarbij de camera inzoemt naar het leven van zijn personages, maar ook vaak uitzoemt naar de objectieve en harde maatschappelijke werkelijkheid. Een werkelijkheid van bedrog en uitbuiting en een werkelijkheid van onvermijdelijk verval. Zijn stijl is vaak bitter en van een onmiskenbare ironie. Een schrijver met ballen. Moralistisch. Dat is ie zeker. En toch nooit van het irritante soort. Daarvoor zijn de beschreven misstanden en misere te groot.
Maar in die misere van het grauwe en vaak koude Noord-Frankrijk van de tweede helft van de 19e eeuw, weet ie scenes van een ongekend grote sensualiteit te schilderen. Daar zijn verkleumde soldaten in de oorlog (1870) tegen de Duitsers, die een boerderij binnenvallen waar de kachel brandt en waar een kippetje gebraden wordt. Langzaam krijgen de mannen het warm, worden ze rozig van de rode wijn en vatten belangstelling op voor de rijzige blonde dochter van de boer, die glimlachend naast de kachel staat in een wit peignoir. Hoe hij dat beschrijft.. Het water loopt je in de mond, je wil terug naar die tijd.
Misschien maar eens beginnen met le Debacle.

REAGEER [1]

Statia dagen

nov 18, 05:54

16 november is Statia Day. Maar voorafgaand aan deze feestdag, wordt er een week gedronken en gedanst in het oude dorpscentrum.
Ik ben daar, 1 of 2 avonden, polshoogte gaan nemen. Dat doe ik als Miek en de kinderen liggen te slapen.
Dan stap ik op de scooter, rij erheen en ga ergens staan, in m’n eentje, observeren. Biertje in de hand en maar kijken naar de dansende menigte. Want dansen kunnen ze hier.
Er lopen dan heel wat kleurrijke figuren langs. Zo was er een goedgeklede man van een jaar of 50. Een echte dandy met een hoed op. Z’n benen waren een stuk langer dan de mijne. Nou zal je zeggen, als je mij goed kent (en ook als je me niet zo goed kent): dat is niet zo moeilijk, Rick, en…toegegeven, dat is ook niet zo moeilijk, maar het vreemde was dat deze man beslist niet langer was dan 1.50 en de meeste van u weten toch wel dat ik 1.75 ben.
Enfin, vanuit de hoogte observeerde ik dus deze man, die veel aanspraak had bij de dames en een paar ‘gemene dansmoves’ maakte. Hij ‘chachade’ er flink op los. Benen vlogen alle kanten uit. Door de verhoudingen van zijn lichaam zagen die bewegingen er nog indrukwekkender uit. Boven die benen, die lawezegge 1 meter lang waren, zat een bovenlijf dat ‘m, hooguit, 30 centimeter langer maakte. Hele brede schouders en lange armen eraan. Aan de voorkant een dikke buik en, hoe kan het ook anders, een broek opgetrokken tot de oksels. Ik vraag me dan af: hoe komt die man aan dat overhemd? Wordt het speciaal gemaakt door een familielid of struint ‘ie er de Bovenwindse eilanden voor af? Maar vooral: hoe blijft de broek zo hoog hangen zonder bretels of riem?

REAGEER [1]

Pinacolada

nov 10, 07:58

Ik word dik. In een schrikbarend tempo.
Het lijkt wel of bepaalde elementen samenwerken om dat voor elkaar te krijgen.
Zo is hier alleen maar van dat brood dat nooit vers is geweest, maar ook nooit wezenlijk verandert (je vraagt je af of het wel brood is). Aan de andere kant hebben ze wel uitstekende chocolate-chip-cookies. Verder heb ik altijd een vergadering als er gevoetbald wordt en… ik heb net een scooter gekocht. Tel dat bij elkaar op en je ziet: er wordt dus nooit meer bewogen. Miek de jeep, ik de scooter. En dan is er nog het drankje pinacolada. In Nederland zou ik er niet aan denken het te bestellen. ‘T heeft iets buitengewoon lulligs om bij September, als er wordt gevraagd: “Bier, bier, bier?” ineens: “Doe mij maar een pinacolada!” te roepen.
Maar ik ga er tegenwoordig stiekem met de brommer op uit om er 1 te halen.
“Wat ga je doen?”, vraagt Miek.
“Even een ritje met de scooter”.
En, zoef, daar ga ik naar mijn favoriete stek, de bar van het Golden Era Hotel, om de pina te scoren.
Stel je voor: een vanille MAC-shake, maar dan met een ‘‘bite’‘ van rum en zo’n rode kers. De kers maakt het af (de schijf ananas gaat over de schouder). En dan drinken door een rietje. Koud! Koppijn! Zalig!
Maar…. de pina draagt dus ook bij aan de dikke buik. En zo zie je maar: geen financiele zorgen meer, kinderen en vrouw gelukkig, leuk werk, mooie omgeving en daar zit je dan met een dikke buik. Kan je daarover gaan zitten malen.
Allerlei goede voornemens natuurlijk om het fenomeen te bestrijden. Ik ga hardloopschoenen kopen op St Maarten en dan ga ik iedere dag rennen naar de zee en dan zwemmen en weer terug naar huis rennen. Ik ga geen chocolate-chip cookies meer kopen.
Maar, hoewel Miek ze niet koopt, koop ik ze wel en, toen ze me vanochtend vroeg of ik mee ging zwemmen zei ik dat ik echt weer een stukje moest schrijven voor de site.
Dus dan krijg je dit soort openbaringen.
Ik hoor m’n vriend Hans van Dalsum zeggen: “Laat ‘t los, egobacklash, kom bij jezelf, wens niks meer!”’.
En dan begrijp ik wel een beetje waar Hans naartoe wil. En ik moet ook zeggen: de omgeving hier op het eiland werkt mee, maar in m’n hangmat zit ik toch te piekeren over de overwaarde van ons net verkochte huis en dan droom ik bovendien over succes op mijn nieuwe school….. Dan wil ik bewonderd worden. Of ik denk: dat geluk dat we nu hebben kan niet voortduren!
Tja, Hans, ik heb nog allerlei wensen en, eerlijk gezegd, koester ik die ook.
Miek en de kinderen zijn nu dus gaan zwemmen. Ik zou even op de scooter naar de Golden Era kunnen gaan….
Even kijken hoe laat het is.
8.30
Misschien een tikje te vroeg.

REAGEER [2]

Slavenregister

nov 05, 06:11

Slavenregister. Dit is het slavenregister van het eiland uit het jaar 1862. Toen is de slavernij op Statia afgeschaft.
Vandaag heb ik het oorspronkelijke register in m’n handen gehad. Ik heb maar meteen wat fotos gemaakt. Er is nooit een fotokopie van gemaakt. Als het register nat wordt of in de fik vliegt: weg al die kennis.
Het is erg leuk om erin te duiken. Zo’n register is de familiestamboom van praktisch het gehele eiland. De volledigheid gebied me te zeggen dat er ook een kerkregister van the Methodist Church ligt uit, ik geloof, 1819. Dat is dan het jaar dat het boekje aangeschaft werd en het is tot 1878 ingevuld. Alle namen, beroepen, woonplaatsen van de door de Methodiste pastor gedoopte mensen staan er in. Blank en zwart, vrij en slaaf door elkaar. Daar zie je dan beroepen als planter/sailor/carpenter/schoenmaker (sic!)/slaaf staan. Die geschriften vond ik op een klein kantoortje. Ik ben er toevallig achtergekomen. In Nederland zouden ze ongetwijfeld van grote historische waarde geacht worden.

Ik ga er nu met collega Judith Fijma kopieen van maken en eigenlijk moeten de boeken zo snel mogelijk hersteld en opnieuw ingebonden worden. Vooral het slavenregister hangt helemaal uit elkaar.
Niets is leuker, als je van geschiedenis houdt, dan de geschiedenis van een klein, afgelegen eiland. Die valt namelijk vrij makkelijk te onderzoeken.

Bij dit stukje tekst van 1862 eindigt de slavernij. De laatste bladzijde van het slavenboek.

REAGEER

Blij mannetje

okt 27, 11:11

Als je weggaat verander je.
Je verandert natuurlijk elke seconde: panta rei and all that, maar het is opvallend hoe snel je verandert als je ver weggaat.
Einstein heeft daar geloof ik al eens iets over gezegd. Niet dat ik dat echt begrepen heb, maar ik ervaar het wel.
Zo was ik vast van plan nooit mijn huis op de laan te verkopen en zie daar… het huis is al verkocht!
Het kan natuurlijk ook zijn dat ik een zwalker ben, een praatjesmaker, die ook thuis van gedachten was veranderd. Zou kunnen, maar ik hou het erop dat de afstand bepalend is geweest.
A.s. dinsdag ga ik bridgen bij een Canadees echtpaar van in de 80. Ze wonen boven op de Quill. Eenzaam hoog in een groot huis, het eiland overziend.
Dat contact is tot stand gekomen via meneer Friedrich Lampe. De oudste bewoner van het eiland.
Ik werd opgebeld door een man, die Engels sprak met een Duits accent. Zo’n beetje zoals Dr. Strangelove in Peter Sellers gelijknamige film. Die keelstem.
“Mai vaif vill pick you up et ze geet et 10 toe seffen!”.
Het blijkt dat deze man een genaturaliseerde Canadees is. Hij is van geboorte Oostenrijker en heeft in WOII als Messerschmidt-piloot gevochten. Hij is neergeschoten en heeft het grootste deel van de oorlog als krijgsgevangene doorgebracht in Londen. How about zet?
Verder ben ik de afgelopen dagen het eiland een beetje aan het bekijken op zoek naar een stukje grond. Dat deed ik gisteren met een prachtige vent. De heer Cedrick Lijfrock. Ik denk dat je een verdomd goede romanschrijver bent als je zo’n naam uit je duim kan zuigen.
Lijfrock.
Prachtig.
Op de Gwendoline van Putten (!) school heb je kinderen met even prachtige namen. Een greep:
Adonis Cijntje. Porfirio del Rosario. Berluschini van Putten.
Kom er maar eens op.
Miek, Marnix, Bas en Lot zijn een spel aan het spelen. 1 van hen beeldt iets uit en de rest moet raden wat het is:
Bas stampt met een grimas door de kamer.
Miek: “Een blij mannetje!”.
“Ja”, zegt Bas.
Van die dingen.

REAGEER [2]

4-wheeldrive?

okt 10, 08:21

Vrijdagochtend stapten we vol frisse moed in de jeep. We hadden gehoord dat er een strand is op het eiland, tussen twee bergruggen waar je alleen kon komen met een 4-wheel drive. Nou, die hadden we, dus alle kinderen in het wagentje gepropt. Ook Beau, een vriendje van Bas die dit weekend bij ons logeert. Volle bak dus. We moesten helemaal naar de andere kant van het eiland rijden en daar, waar de weg ophield, een zware ketting optillen en de auto in de 4-wheel drive zetten en dan maar de berg op. Het was een loodzware helling, vol keien, maar het oude bakkie haalde de top en daarna kropen we naar beneden en….inderdaad voor ons lag een prachtig verlaten strand met een azuurblauwe zee. Een soort baai waar geen teken van leven te bespeuren viel.
Ik vertelde piratenverhalen aan de jochies: dikke pret en toen allemaal weer in de jeep en daar gingen we. Maar de jeep haalde de helling niet! De achterwielen sponnen, overal rook. Opnieuw proberen. Opnieuw. Zinloos.
Het was bloedheet, het water was bijna op. Geen mens in velden of wegen te bekennen. Dus ben ik maar vooruit gaan lopen. We hadden ook geen telefoonbereik, vanwege de hoge bergruggen: geen fijne situatie.
Teleurgesteld in de jeep en in mezelf liep ik in de brandende hitte me zorgen te maken over de kleintjes. Af en toe probeerde ik onze garage te bereiken en na 3 pogingen lukte het. In de verte zag ik na een tijdje Gary Brown’s pickup aan komen rijden. Hup achter in (hij had vrouw en kinderen en 3 sterke kerels meegenomen). Ook Marnix werd opgepikt. We moeten met een mannetje of 8 in dat ding de helling op zijn gegaan. Marnix had behoorlijk last van hoogtevrees.
Bij de jeep aangekomen, bleek ons vaak geprezen autootje allang geen 4-wheel drive meer te zijn. De shaft naar de voorwielen was nergens te bekennen, dus die werden helemaal niet aangedreven. Als een ontmande strijder stond die daar op de helling. Het bleek dat we al weken gewoon in een 2-wheel drive rondreden. Gary liet wat lucht uit de achterbanden en vroeg Marnix en mij om op de achterbank te gaan zitten. Een van z’n compagnons nam het stuur onze auto en Gary’s pickup trok de wagen over de berg. Het ging allemaal snel en zonder al te veel moeite. Het was wel even slikken bij de gedachte wat er met Marnix en mij zou gebeuren als het touw zou breken(!), maar gelukkig gebeurde dat niet.
Enfin, weer een ervaring rijker.

Mevrouw Elly

okt 04, 10:10

Het gaat goed met mijn huid. Heel goed. Weet niet waar dat nou specifiek aan ligt, maar het is zo. Daarom speel ik wel eens met de gedachte om hier een stukje grond te kopen.
Veel collega-docenten zijn mij hierin voorgegaan, de prijzen van grond gaan hard omhoog. Gister waren we in Mazinga, een winkel met veel Nederlandse producten, zoals Koopmans broodmix en hagelslag etc. en daar informeerde ik naar Mevrouw Elly. Gary Brown, de eigenaar van onze garage, had mij haar naam opgegeven. Ik kreeg haar prompt aan de telefoon en ze nodigde ons uit om bij haar thuis te komen. Bas zou voetballen, maar ik was te nieuwsgierig, dus voetbal moest wijken.
We reden de Quill een eindje op, kwamen door een poort in een enorme tuin met allerlei exotische planten en bloemen, waarvan ik de namen schuldig moet blijven. Bougainvilles waren er in ieder geval in overvloed, natuurlijk ook allerlei palmbomen. In het huis stond een klein dametje, je kon nog duidelijk zien dat het vroeger een knapperd is geweest, te telefoneren. We keken rond. Liepen door een huis vol antiek. Vol planten en bloemen. Af en toe schoot er een salamander voor je voeten weg. Een enorm terras voor het huis bood uitzicht over het hele eiland en over de zee. Je kon ook makkelijk Saba zien liggen. Je waande je voor een moment in Francis Ford Coppola’s ‘Apocalypse Now’, waar de held op zijn tocht over de rivier bij een vergeten Franse familie komt. Zo’n plek waar de tijd heeft stilgestaan, waar nooit iemand komt. Waar het zo stil is, zo mooi. We zagen kleine kolibri’s stil hangend in de lucht voor exotische bloemen. Het was haast onwezenlijk.
Inmiddels was Mevrouw Elly klaar met het telefoongesprek. Haar man was een paar dagen tevoren overleden en dit besprak ze kennelijk met een kennis in Frankrijk. Het bleek dat hij een lokale beroemdheid was. Een Fransman, geboren en getogen op Guadaloupe. Piloot, oprichter van de lokale vliegmaatschappij (Winair), oud WOII-verzetsman, die in een Spitfire meerdere missies gevlogen heeft. De oude dame liet ons vervolgens haar huis zien, de prachtige tuinen en ook de grond die ze te koop aanbood op de berg boven haar huis. Prachtig stuk land, maar wel erg groot. “Ik verkoop de grond uitsluitend per acre”, vertelde ze ons, terwijl ze haar ogen enigszins toekneep. “Want, kijk, dan behoudt het z’n waarde. Anders wordt het maar in kleine stukjes opgedeeld en gaan de mensen bovenop elkaar wonen. Dat verpest de buurt. Ik verkoop de grond per acre voor 100.000 dollar.” Een acre is ongeveer 4000 vierkante meter.
Nou, duidelijke taal. Ze bleek ook nog een enorm stuk grond te bezitten aan de kust. Of we dat ook wilden zien. Dat wilden we wel. Dus stapte ze in haar jeep en wij erachter aan in onze jeep. 37 acres grond aan de kust liet ze ons zien waarvan ze bijna alles al verkocht had. Nog 3 lots over. Prachtige grond. Elk stuk precies een acre groot. We zijn daarna nog even bij haar thuis geweest. Daar maakte ze voor ons vers mango-ijs. Het was zalig, de kinderen zaten ook tevreden uit grote glazen ijs te eten. We kregen nog een platte grond van het te koop staande land. En ze vertelde ons over haar verleden: dat ze eerst met een docent getrouwd was geweest en dat ze al vanaf 1963 op het eiland woont. In die tijd nog geen elektriciteit in de huizen. In een garage is ze toen een eigen zaak begonnen. Inmiddels moet deze 74-jarige dame met opmerkelijk veel ondernemingszin wel miljonair zijn! Het werd tijd om te gaan. Om 19.00 uur werden we verwacht voor een borrel in het Golden Era Hotel. Een borrel voor alle docenten van het eiland. Bas en Lot snel in bed gestopt: Marnix paste op. Hup, in de jeep.
Op naar de borrel. Het bleek dat er toch nog zo’n 70 docenten zijn op het eiland. Toespraken van de governor en de commissioner. Duurt maar en duurt maar. We worden flink geprezen als docenten door beide heren, maar we sterven van de dorst.. En dan de verlossing: koude drankjes. Miek en ik hadden geen trek in het buffet. Te heet, te drukkend, maar de locals…
Enorme borden eten werden opgeschept en wat overbleef…. hup in doggiebags, die al klaar lagen op de tafels. Moe en voldaan naar huis. Volgende dag om 6.30 weer op.

REAGEER [1]

Held

sep 28, 08:26

Ik ben geen held. Misschien moet ik dat iets nuanceren. Ik durf niet van grote hoogten te springen. En als Bas mij vraagt om hier om het huis te rennen, zoals ie dat vanavond deed, dan moet ik mezelf geweld aan doen om m’n angst voor slangen te onderdrukken. Stap voor stap gaan we dan door de duisternis. Ik knijp in zijn hand en schreeuw het uit als ik tegen een steentje bots. Ik schaam me op zo’n moment een beetje voor Bas.
Zo ben ik ook bang voor de bal. Dat heeft me alweer opgebroken bij voetbal. Als er hard geschoten wordt, wend ik m’n gezicht af van de bal. Ik krijg dat er niet uit. Aan de andere kant ga ik wel met vrouw en kinderen naar een klein eiland. Sommige mensen vinden dat weer eng. Dat is de nuancering.
Het blijft evengoed vervelend als je zo door angsten geplaagd wordt: angst dat de auto zal wegrotten door het lekke dak, angst dat de kinderen gebeten zullen worden door een gevaarlijke spin, angst dat ons huis onverhuurd leeg blijft staan….
Wat dat laatste betreft is er wellicht goed nieuws te melden. Een Senegalese familie met 6 kinderen heeft belangstelling om ons huis op de Laan voor 10 maanden te huren! Dat zou mooi zijn en 1 van mijn angsten –om financieel ten onder te gaan- zou althans tijdelijk verlicht worden.
Heb hier een prachtig boek uit de plaatselijke –of liever gezegd- enige bibliotheek gehaald. ‘Statia Silhouettes’ heet het. Het gaat om een tiental interviews met oude Statianen die vertellen over hun leven op het eiland. Nou blijkt dat er eigenlijk maar een half dozijn families zijn die hier de dienst uitmaken en die hun roots tot in de 18e eeuw kunnen terugtrekken. Die roots liggen steevast in de slavernij. Een van de bekendste Statiaanse families is de familie van Putten. Ook de school waar ik lesgeef is vernoemd naar een telg uit die familie. Gwendoline van Putten. Albert Kenneth van Putten is de van Putten die in het boek aan het woord is. Je ziet een foto van een grote grijze man met bakkebaarden die koningin Beatrix een hand geeft bij haar bezoek op het eiland ergens in de jaren 80. Deze meneer van Putten is een geweldige verteller. Hij vertelt over zijn jeugd, over de oude mensen die nog spraken over de tijd van de slavernij, over zijn werk als ‘minister’ voor the Methodist Church. In welke hoedanigheid hij uitgezonden is naar Jamaica en Trinidad. Over z’n terugkomst op het eiland, over z’n entree in de politiek. Hij vertelt dus ook over die andere eilanden en dat alles in een typische Caraibische stijl. Vaak met herhalingen, maar toch vloeiend en in een aangenaam tempo.

Ik was erg onder de indruk van dat boek en gister hadden we overleg bij een collega thuis over het opzetten van allerlei Havo-bovenbouw zaken. Daarbij bespraken we de mogelijkheid om de kinderen een boekwerk te laten maken over de 6 bekendste families hier op het eiland. Bijna elk kind op school behoort wel op de een of andere manier tot een van die families! Het project zou dan moeten beginnen met een interview met meneer van Putten. En aangezien ik dat allemaal bedacht heb leek het ook logisch dat ik hem zou gaan interviewen. Maar ik hik ertegen aan om hem te bellen. Ik ga het natuurlijk wel doen en zal er verslag van uit brengen.
Miek heeft net de kinderen in bed gelegd. Bas wou z’n haar in de spiegel bekijken dus moest ik een klein spiegeltje onder de klamboe aanreiken. Lottie natuurlijk ook in de spiegel kijken. Ze zet nu koffie. Lottie niet, maar Miek.
Wordt vervolgd.
O ja, nog een paar fotos van uitzichten die je hebt vanuit ons huis.

REAGEER [2]

Mountain girl

sep 23, 10:53

Om tegen te gaan dat onze site te veel ‘The Annmike Jansen-show’ wordt, schrijf ik maar gauw weer wat. Ze doet me een beetje denken aan de figuur van ‘Mountain Girl’ in de laatste film van de Coen brothers: Lady Killers.
Nahh, ik moet niet flauw zijn. Het was best stoer van Miek om de Quill te beklimmen. Ik lag met buikpijn in m’n bedje en, ik had zeker nooit de slang vastgehouden die je haar ziet vasthouden op de foto.
Dat is overigens niet mijn favoriete feature van de tropen: de insecten, spinnen en slangen. Iedere avond toch even onder het bed van de kinderen kijken of er geen duizendpoot rondkruipt. Want door zo een beest gebeten worden, is een half jaar met een flinke open wond rondlopen. Het zijn van die praktische dingetjes.
Vandaag weer met de jeep naar het zwembad gereden. Bas en Lot vinden dat heerlijk. Ik kijk dan aan de bar gezeten wat proefwerken na. Intussen bestelt Marnix voor de jeep op ebay een softtop. En ja hoor, daar begint het weer keihard te hozen. De jeep verandert dan in no time in een klein badkuipje op wielen. Ik ben bang voor kortsluiting, dus wil ik zo snel mogelijk die nieuwe softtop. En… het is gelukt! Voor 160 euro wordt er een een spiksplinter nieuwe softtop naar ons toegestuurd. Ik hoop vurig dat ie snel aankomt. Het schijnt dat je de dagelijkse voortgang van de reis die het produkt moet afleggen om hier op het eiland te komen kunt volgen op internet. Lang leve het net!
Het gaat redelijk goed met iedereen hier. Alleen heeft Bas af en toe moodswings. We zitten veel thuis. Het is eigenlijk gewoon prettig in het huis. Van alle gemakken voorzien. Deze tijd van het jaar is het ook zo onbarmhartig heet buiten dat je altijd de schaduw zoekt. We internetten veel, kijken ook aardig wat tv, hangen veel en vaak in de hangmat te lezen. Rijden in de jeep is ook wel zalig. De uitzichten zijn vanuit het wagentje vaak adembenemend. Maar dat zijn ze ook vanuit ons huis.
Marnix en Miek zitten op de bank te dobbelen. Ik ga een biertje pakken uit de ijskast. Morgen weer om 6.30 op en dan 7 uur achter elkaar lesgeven. Migratie, WOI en Massamedia staan o.a. op het programma.
Wil ook wat meer lezen over de geschiedenis van het ‘Caraibische’.
Wordt vervolgd.

REAGEER [1]

zaterdag 15 september

sep 15, 10:03

Gister constateerden we dat de remmen van onze rode jeep het niet goed meer deden, dus de jeep staat nu bij de enige garage van het eiland: Gary’s Garage. Dat is knap onhandig om hier geen wheels te hebben. Vooral met het oog op boodschappen de helling opsjouwen in 34 graden hitte! We hopen erg dat het snel opgelost is.
Vanochtend tot 8 uur uitgeslapen. Echt uitslapen bestaat niet in de tropen. Marnix doet z’n best: is net op en het is nu 9.45. Exceptioneel laat.
Zaterdag is hier een nog heiligere dag dan zondag. Alle winkels dicht, behalve natuurlijk de Chinezen. Die zijn altijd open en ook de enige die drank verkopen. Rum is hier –hoe kan het ook anders- spotgoedkoop: 12 Ant. Gulden (5.50 euro).
Bas kijkt naar Ice Age. Marnix downloadt snachts al die kindertroep. Gelukkig downloadt hij ook een enkele Monk, zodat Miek en ik ook aan onze trekken komen. De laptops draaien wel overuren en ik vraag me af of ze dat in deze hitte wel aankunnen.
Ik koester een mateloze bewondering voor Tony Shalhoub, de acteur die het personage Monk vormgeeft in de gelijknamige serie. Wat een acteur is dat, wat een humor en finesse! Raad iedereen aan deze serie te volgen.
We hebben hier op de tv een eindeloze reeks Amerikaanse zenders die een eindeloze reeks bullshit over je heen storten. Tussen door zijn er reclames over verzekeringen tegen huisverlies en over medicijnen. Aan het eind van zo’n reclame voor een middel tegen bv. hoofdpijn wordt snel even gezegd dat je van het middel braakneigingen, hersenbloedingen en/of hartstilstand kunt krijgen. Om je gek te lachen.
Ik ga zo meteen even naar het dorp om wat foto’s te maken. Zet ik die op de site. Het is zaterdagochtend, heerlijk weekend.
Wordt vervolgd.

REAGEER [1]

ouder -